Onderzoeksfase
De jeugdige, (biologische) ouders en/of verzorgers of professional meldt zich bij de verwijzer met een hulp vraag. Deze vraag kan ook bij een gecertificeerde instelling binnenkomen op basis van een jeugdbeschermingsmaatregel. Het kan ook een aanvraag zijn om jeugdhulp te verlengen, hervatten of voor aanvullende zorg. Een inwoner kan een aanvraag indienen bij de gemeente, de lokale toegang. Iedere lokale toegang regelt dit op zijn eigen manier.
Een hulpvraag via de medische route kan op drie manieren worden gedaan: via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Deze verwijzers kunnen direct doorverwijzen naar een aanbieder die de zorg levert. Bij voorkeur wordt een concrete verwijzing doorgestuurd en bevat tenminste: de problemen, waarvoor deze zorg nodig is en aan welk product gedacht wordt. Deze verwijzer hoeft geen uitspraak te doen over de intensiteit of duur van de verwijzing.
Lees meer:
In sommige gevallen kan stapeling van twee of meer jeugdhulptrajecten of aanvullende zorg nodig zijn. Bij stapeling gaat het om jeugdigen die al zijn verwezen naar een vorm van jeugdhulp en waarbij sprake is van complexe problematiek, die vraagt om aanvullende specifieke jeugdhulp.
Stapelen kan wanneer de verwijzer beoordeelt dat een jeugdige aanvullende hulp nodig heeft op de huidige hulp. Indien nodig, kan hiervoor het RET worden geconsulteerd voor advies. Zie ook Consultatie RET. De verwijzer indiceert deze aanvullende jeugdhulp apart. In de productomschrijvingen staan de mogelijkheden voor stapeling.
Jeugdhulptrajecten kunnen samenlopen wanneer er een overgang is van de ene vorm van jeugdhulp naar de andere vorm van jeugdhulp. Jeugdhulptrajecten mogen maximaal 3 maanden samenlopen. In de productomschrijvingen staan de mogelijkheden voor samenloop.
Behoeften van de jeugdige kunnen (snel) veranderen. Denk hierbij aan de leeftijd, onvoorziene omstandigheden of de omgeving van de jeugdige. De aanbieder treedt tijdig of tijdens een tussentijdse evaluatie in overleg met de jeugdige over deze veranderingen. De (biologische) ouders en/of verzorgers van de jeugdige kunnen hierbij betrokken worden. Als een gewijzigde of nieuwe toewijzing aan de orde is vraagt de aanbieder deze met en namens de jeugdige aan.